Laatste nieuwsberichten

 

DCF in Ondernemend Friesland

2 januari 2012: DataCenter Fryslân staat niet stil, zo valt te lezen in OF.

...lees meer

Plaatsing nieuwe NSA

22 december 2011: Noodstroom-capaciteit voor 100% belasting in het datacenter is gereed.

...lees meer

Deelname noodstroompool

11 oktober 2011: DataCenter Fryslân helpt mee om het electriciteitsnet te verbeteren.

...lees meer

Alle nieuwsberichten >>

DCF nieuwsberichten

 

DataCenter Fryslan op Stedenlink.nl


DataCenter Fryslân op Stedenlink

Op de site van Stedenlink is sinds kort een filmpje te zien. Dit filmpje gaat over glasvezelnetwerken. Stedenlink wil duidelijk maken hoe belangrijk het is om in Nederland een glasvezelnetwerk aan te leggen. Ook Data Centrum Fryslân komt aan het woord. Data Centrum Fryslân legt in het filmpje uit hoe wij werken met vrije koeling. Omdat niet iedereen het filmpje kan bekijken staat hieronder de tekst uitgeschreven.


Bekijk het filmpje hier:
http://www.stedenlink.nl/index.php?option=com_wrapper&Itemid=112

Glasvezel is een heel mooi medium, het is in feite onbeperkt. Glasvezel is ongelooflijk belangrijk, het is de infrastructuur van de toekomst. Kabel en DSL dat zijn producten die het nu nog best aardig doen maar die zijn ook gewoon aan het einde van hun Latijn. Glasvezel is belangrijk voor moderne samenleving, snel en interactief digitaal verkeer levert veel kansen op voor allerlei nuttige diensten.

John T. Knieriem, directeur Intermax: “We hebben het hier over technologische infrastructuur en die is van ongelooflijk belang voor toekomstig Nederland”.

Stedenlink zet zich in voor de aanleg van een landelijk netwerk, dat maximaal ten dienste staat van de samenleving en de kenniseconomie.
In veel Nederlandse steden speelt glasvezel al een belangrijke rol. Bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, zorg en economie.


Glasvezel in de zorg
In ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten maakt cardioloog Marcel van der Linde een hartfilm van een patiënt. “Ik wil die beelden dus nu naar Leeuwarden sturen, dan klik ik op OK en de beelden zijn over”.
In no-time zijn de beelden bij Jan Brouwer, cardioloog in het Medisch Centrum Leeuwarden, die de vervolgbehandeling in kaart brengt.
Marcel van der Linde: “Het oude systeem was dat je dan een CD moest branden, die moest verstuurd worden via de post of desnoods met een koerier of zelfs nog met een ambulance mee als het echt spoed was”.
Ondertussen moest de patiënt wachten op de uitslag van het onderzoek en konden er dus geen vervolgstappen worden genomen. Nu zijn de beelden supersnel over, in de originele haarscherpe beeldkwaliteit.
Jan Brouwer: “Dat scheelt in de opnametijd van de patiënt en des te eerder kan die weer naar huis toe.”
Marcel van der Linde: “Elke dag dat de patiënt in het ziekenhuis ligt kost natuurlijk de verzekeringsamenleving veel geld. Als je dat bijvoorbeeld met zo’n techniek een dag kunt vervroegen bij deze groep patiënten, je praat over een paar 100 patiënten per jaar in één ziekenhuis, laat staan in vele ziekenhuizen, is dat gewoon een flinke kostenbesparing.”
Jan Brouwer: “Cardiologie komen elk jaar toch nog met de vergrijzing steeds meer patiënten, dus het is van belang om daar ook zo slagvaardig mogelijk in te kunnen handelen.”

Glasvezel en de kenniseconomie
Glasvezel biedt ook kansen voor de kenniseconomie. Rotterdam investeert er daarom in.
Nick van den Berg, ontwikkelingsbedrijf Rotterdam: “De Rotterdamse economie is van oudsher natuurlijk gefundeerd op de rol van de haven en de petrochemische industrie, dat zijn de sterke pijlers onder de Rotterdamse economie. Maar je moet ook toekomstgericht denken.”
Peter de Jong, directeur Rotterdam internet exchange: “Je ziet de grootste ontwikkeling, de meeste economische groei toch ontstaan juist in die digitale sector.
John T. Knieriem: “Vergeet ook niet dat er juist veel bedrijven zijn die succesvol zijn op internet, die vestigingsplaatsen zoeken.”
Sebastiaan ten Burg, fotograaf: “Als ik kijk als creatieveling wat ik nodig heb om met mensen goed samen te kunnen werken, helemaal als het multimediaal gaat, dan zou ik het fijn vinden om zo snel mogelijk met internet te kunnen werken, zo snel mogelijk bestanden heen en weer te kunnen schuiven met alle mensen waarmee ik samenwerk.
Gerry Zwier, gemeente Amersfoort: ”Als je het hebt over glasvezel en de diensten erop en je kijkt naar het economische, ook gewoon even met die pet op, dus dan gaat het wel over de pecunia. Dan ligt daar ook de toekomst dus dat is ook een drive om vooral wel die stad te verglazen.”
Glasvezel maakt een groot aantal diensten mogelijk. Thuiswerken gaat makkelijker, videoconferencing wordt heel gangbaar en snel tweerichtingsverkeer over heb internet, web 2.0, wordt de gewoonste zaak van de wereld. Ook voor beveiliging biedt dit nieuwe kansen. Beelden van bewakingscamera’s kunnen in de hoogste kwaliteit worden doorgestuurd. Glasvezel bespaart dus tijd en geld én is goed voor het milieu.

Glasvezel maakt het mogelijk steeds meer data centraal op te slaan in efficiënte datacentra. De warmte wordt hergebruikt, terwijl er per data-eenheid minder energie nodig is. Ook in Leeuwarden staat zo’n datacentrum.
Else Maria van der Meulen, directeur DataCentrum Fryslan: “We maken gebruik van vrije koeling en dat betekent dat er op een gegeven moment een bepaald verschil is tussen binnentemperatuur en buitentemperatuur, dat we de buitentemperatuur gebruiken om te koelen.”
Peter de Jong: “Ze blijven natuurlijk altijd energie verbruiken, maar dat is in ieder geval al veel en veel groener dan overal, in elk bedrijf en in elk huishouden, allerlei servers en pc’s te laten draaien.”
Else Maria van der Meulen: “Maar dan moet de verbinding naar het datacenter wel betrouwbaar zijn en moet snel zijn.”
Peter de Jong: “En dat wordt eigenlijk mogelijk gemaakt door die glasvezelinfrastructuur.”
Rob Bots, gemeente Tilburg: ”Glasvezel zorgt dat je dus even snel informatie kunt zenden als kunt ontvangen.”
Wim Hodes, stichting Gerrit: “Zorg waar wij het over hebben wil je met elkaar beelden uitwisselen. Dus de ene kant op moet net zo snel zijn als de andere kant op.”
Rob Bots: “En dat past heel erg mij modern burgerschap wat we ook graag willen als gemeente, dat de burger dus niet alleen ontvanger is maar ook zender.”
Glasvezel, het next generation network komt er dus aan. De vraag is, wie legt het aan en onder welke voorwaarde?

Vroeger, bij de opkomst van telefonie, was het de PTT die namens de rijksoverheid de infrastructuur verzorgde. Iedereen werd aangesloten op één en hetzelfde netwerk.
Inmiddels is de markt vrij, elk bedrijf kan bij de gemeente een vergunning aanvragen om glasvezel aan te leggen. Dit heeft als risico dat alleen dichtbevolkte gebieden worden aangesloten of grote bedrijventerreinen. Als netwerken niet open zijn wordt het afgesloten, omdat netwerken niet toegankelijk zijn.
Stedenlink werkt aan open networks. Ze koppelt providers, gebruikers en diensten.

Fokke Martini, ICT center Friesland: “Ik ben echt een principieel voorstander van open netwerken en open moet ook open zijn. Dat betekent dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn tegen dezelfde condities.”
Peter de Jong: “Nou, dat is het principe van open netwerken. Eén grote snelweg en vervolgens zorgen dat alle diensten gebruik maken van diezelfde snelweg.”
John T. Knieriem: “Het internet is ook groot geworden dankzij de open source gedachte. Alles is van iedereen.”
Rob Bots: “De belangrijkste voorwaarde is dat er een open netwerk moet zijn. Dus dat het in principe niet gekoppeld is aan één leverancier van internet of van diensten, maar dat die meerdere partijen toelaat.”
Else Maria van der Meulen: “Dan maakt het niet uit waar je klant zit. Als jij op netwerk A zit en de klant zit op netwerk B, kan dat gewoon gekoppeld worden in een open netwerk structuur.”
Overheden moeten dus goede afspraken maken met marktpartijen die glasvezelnetwerken aanleggen en beheren.
John T. Knieriem: “Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat als we het over infrastructuren hebben, een vliegveld, een haven, een autoweg, dat daarin de overheid regelgevend optreedt. We hebben het hier over ICT-infrastructuur wat mij betreft heel vergelijkbaar is met het aanleggen van een weg of een haven en de overheid kan maar één ding doen en dat is daarin regelend optreden.
Rob Bots: Je hoeft niet zozeer verstand te hebben van glasvezel maar van hoe je dit gedaan krijgt. Hoe je dat gedaan krijgt naar bewoners toe, hoe je glasvezel in steden aanlegt, waar je op moet letten en hoe je dat organisatorisch, financieel en vanuit de rol van de overheid, de gemeente, gedaan krijgt.
Stedenlink bundelt kennis en stemt netwerken goed op elkaar af.
Rob Bots: “Het belang van Stedenlink is dat we kennis delen met andere steden om dit te doen en ook om landelijke krachten te bundelen om zoveel mogelijk open netwerken te stimuleren.”
Bij de stichting Stedenlink zijn een flink aantal gemeenten en een aantal provincies aangesloten. Zij wisselen kennis en informatie uit tijdens bijeenkomsten en op het internet.
Rob Bots: “Daar leer je elkaar ook kennen en bel je elkaar gemakkelijker op.
Gerry Zwier: “Ik leer hier wat van en aan de andere kant geeft het me ook vaak het gevoel van ‘ach we doen het ook nog niet zo verkeerd in Amersfoort’ dus dat is ook wel een lekker gevoel.”
Nick van den Berg: “Juist die samenwerking inspireert elkaar ook om daar grote stappen voorwaarts in te maken en dat is wat mij betreft ook het belang van Stedenlink, want daar werken ook steden die met dezelfde ambities bezig zijn, versterkend naar elkaar toe om gebruik te maken van elkaars kennis en knowhow.”

Glasvezel in het onderwijs
In Deventer ligt inmiddels in de hele stad glasvezel. De scholen zijn zelfs al een paar jaar op het glasnet aangesloten. Bewegend beeld in de klas, filmprojecten en digitale schoolborden. De scholen kunnen tal van mogelijkheden benutten.
Willeke van Mierlo, docent: “Als ik bijvoorbeeld een taalles heb, dat ze een verhaal moeten schrijven. Dan zeg ik schrijf maar een filmverhaal.”
Leon van Oorschot, leerling: “Dan denk je misschien gaan we mijn verhaaltje wel filmen en dan moet ik er veel tijd aanbesteden en goed doorwerken en dan doe je ook een beetje ‘taal’ maar dan doe je eigenlijk ook een beetje ‘leuk’.
Suzanne van Oijen, docent: “Het digibot, geweldig, dus als je een les opent en je bent met een filmpje bezig dan kijken die kinderen van ‘ooh, wauw, geweldig’.”
John T. Knieriem: “Als wij in de toekomst lekker willen ICT-en, lekker willen internetten, dan hebben we glasvezel nodig.”
Peter de Jong: “Glasvezel opent eigenlijk de weg naar heel voor innovaties.”
Glasvezel biedt een berg aan mogelijkheden, mits met goede afspraken aangelegd en breed toegepast. Bundel de krachten met Stedenlink.
John T Knieriem: “Het schijnt dat er ergens eind vijftiger jaren hier door Rotterdam nog strontkarren rondreden op enig moment heeft iemand bedacht dat het toch wel handig was om een riolering aan te leggen en toen moesten alle straten open. Ik ben er echt van overtuigd dat zo lacherig als wij nu over de strontkarren van toen spraken dat wij over 30 jaar net zo lacherig zullen praten over de discussie van wel of geen glasvezel.”